Auto blijft in de toekomst dominant vervoersmiddel

Ook in de toekomst blijft de auto het dominante vervoermiddel. Dit is een van de conclusies die minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen trekt in het rapport ‘Toekomstperspectief Automobiliteit 2040’, dat vorige week naar de Tweede Kamer is gestuurd.

In het toekomstperspectief schetst de (demissionaire) minister de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem in Nederland in de komende 20 jaar. De kern van dit systeem is volgens de minister dat het multimodaal is georganiseerd, dus inclusief het OV en andere vormen van vervoer. De auto is en blijft een belangrijk onderdeel van dat mobiliteitssysteem, schrijft Van Nieuwenhuizen.

Het aantal auto’s neemt toe en daarmee neemt ook de functie van wasgelegenheden toe.

Ook nu al heeft de auto een dominante positie. Met de auto worden de meeste kilometers afgelegd (zo’n 80 procent), waarvan zo’n 55 procent als bestuurder en zo’n 25 procent als passagier. Dit is de laatste decennia vooral ten koste gegaan van het gebruik van de fiets (nu zo’n 5 tot 10 procent) en het OV (nu zo’n 10 tot 15 procent).

Groei

Naar verwachting neemt onze behoefte aan mobiliteit verder toe, vooral die van automobiliteit. De effecten van de coronacrisis zijn hierin echter nog niet meegenomen, voegt Van Nieuwenhuizen eraan toe. Terwijl in 2020 de behoefte aan individueel vervoer zichtbaar werd onder invloed van de coronacrisis. Zonder nieuw beleid stijgt de automobiliteit het sterkst in stedelijke gebieden, tot wel met 40 procent tot 2040.

De verwachte groei kan een extra impuls gaan krijgen doordat voertuiginnovaties (rijtaakondersteuning, automatisering, comfort) en nieuwe vervoerdiensten (deelauto’s, ritdeling) het steeds aantrekkelijker maken om auto’s te gebruiken. Daarnaast wordt het gebruik gestimuleerd omdat de gebruikskosten kunnen gaan dalen bij elektrificatie van het wagenpark. Innovaties als zelfrijdende auto’s kunnen ertoe leiden dat mensen veel vaker de auto pakken. Alles bij elkaar opgeteld mag worden verwacht dat het autogebruik niet extreem zal veranderen en eerder zal stijgen dan zal dalen, denkt Van Nieuwenhuizen.

Keerzijde

Met de groei van de rol van de auto is echter ook de keerzijde steeds duidelijker geworden. Het autoverkeer neemt veel plaats in en veroorzaakt hinder (geluid, luchtkwaliteit, veiligheid), wat vooral in dichtbevolkte gebieden overlast geeft. Hierdoor staat de positie van de auto in deze gebieden steeds meer ter discussie. ‘De grote vraag anno nu is dus hoe we de kwaliteiten van de auto kunnen blijven benutten, maar de negatieve effecten van de auto kunnen terugdringen’.

Van Nieuwenhuizen geeft hierbij een aantal oplossingen. Uiteraard staat thuiswerken hoog op het lijstje, maar ook een betere benutting van de wegcapaciteit, een redesign van het wegennet en het benutten van nieuwe vervoersconcepten gekoppeld aan de auto behoren volgens haar tot de mogelijkheden. ‘Ook zal er werk gemaakt moeten worden van de verdere vergroening van het wagenpark, onder meer door het stimuleren van elektrisch rijden en daarvoor te investeren in de laadinfrastructuur’.

De minister concludeert tot slot dat er beleid nodig is ‘dat vooral is gericht op het kunnen blijven benutten van de auto als wezenlijk element in het mobiliteitssysteem’.

Auteur: Michael van Wijngaarden

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.