Inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari blijft uitgangspunt

De Eerste Kamer vindt dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 het uitgangspunt moet blijven. Dit moet provincies, gemeenten en waterschappen in staat stellen hun voorbereidingen daarop in te richten en ervoor zorgen dat de uitvoering geen vertraging oploopt. In oktober komt er nog wel een ICT-advies, waaruit moet blijken of de systemen achter de nieuwe wet technisch goed werken. Als dat het geval is, gaat de Eerste Kamer definitief akkoord.

Een meerderheid – bestaande uit VVD, CDA, Fractie-Nanninga, OSF, SGP, ChristenUnie, 50PLUS, FVD en Fractie-Frentrop – stemden voor de motie. De fracties van GroenLinks, D66, PvdA, PVV, SP, PvdD en Fractie-Otten stemden tegen de motie. De motie verzoekt de regering nu de Kamer in oktober te informeren over de voortgang van de voorbereidingen – van in het bijzonder de ICT – op de inwerkingtreding van de wet per 1 januari volgend jaar.

Definitief akkoord

Centrale vraag was of de inwerkingtreding van de wet per 1 januari 2023 verantwoord is of niet. Minister De Jonge wil de wet op 1 januari 2023 in werking laten treden en had de Eerste Kamer daarom gevraagd voor 1 juli een besluit te nemen.
In de Kamer leefde echter de wens dat de ICT-problemen bij het digitale loket voor omgevingsvergunningen eerst moeten zijn opgelost voordat de wet op 1 januari aanstaande kan ingaan. In oktober wordt onder meer een nieuw advies verwacht van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT). Dit advies komt er op verzoek van de Eerste Kamer. Hierna wil een meerderheid van de Kamer definitief besluiten over de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het volgende debat over dit onderwerp staat gepland voor 1 november 2022.

(bron: Eerste Kamer)

Lees ook: 

Onderwerpen:

Auteur: Belinda Meijers

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.