Bovag

BOVAG: Let op werking cao bij loondoorbetaling werktijdverkorting

Hoeveel loon moet u doorbetalen nadat de vergunning voor werktijdverkorting is verleend? In de cao’s voor MvT en carrosserie staan afspraken hierover die verder gaan dan dat de wet verplicht. Daarom volstaat het voor werkgevers die met deze cao’s werken niet om de wet te volgen maar de geldende cao.

Wanneer de werkgever toestemming tot werktijdverkorting ontvangt, dan hoeft hij geen salaris te betalen over de tijd waarin vanwege werktijdverkorting niet wordt gewerkt. Dit geldt dus tijdens de periode dat de vergunning geldt. Wanneer de medewerker vervolgens aan de voorwaarden voor een WW-uitkering voldoet dan ontvangt de werkgever een uitkering van het UWV. Maar deze uitkering kan pas na afloop van de vergunningsperiode aangevraagd worden. Dan is immers pas bekend hoeveel uren de medewerker daadwerkelijk heeft gewerkt. De uitkering is de eerste twee maanden 75 procent van het salaris en daarna 70 procent van het salaris, gemaximeerd op het maximum dagloon. Of de werkgever deze uitkering aan moet vullen tot het volledige 100 procent salaris is afhankelijk van de afspraken die daarover in de geldende cao staan.

In de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf en de cao voor het Carrosseriebedrijf is afgesproken dat de werkgever de uitkering die de medewerker ontvangt, aanvult tot het salaris dat de medewerker normaalgesproken zou krijgen (zie art. 89 lid 4 en 5 cao MvT en art. 64 lid 4 Carrosserie cao). Ook in geval van werktijdverkorting ontvangt de medewerker dus 100% van het salaris.

Regels Rijksoverheid

In de cao voor Tankstations en Wasbedrijven is hier geen afspraak over gemaakt. Hier kunt u de regels van de Rijksoverheid aanhouden. Dit geldt ook voor de afdeling rijscholen. De werkgever is in dat geval dus gedurende de vergunningsperiode vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht voor de uren die de medewerker in het kader van de werktijdverkorting niet werkt. Bovendien hoeft de werkgever de eventuele WW-uitkering niet aan te vullen tot 100 procent.

U kunt werktijdverkorting alleen aanvragen voor medewerkers waarvoor u een loondoorbetalingsverplichting heeft. Dit betekent dat u voor oproepkrachten met een 0-urencontract en uitzendkrachten geen werktijdverkorting aan kunt vragen. De vergunning voor werktijdverkorting vraag u aan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie stelt de volgende voorwaarden:

  • uw bedrijf is getroffen door een bijzondere situatie die niet onder het normale ondernemersrisico valt;
  • u verwacht voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 weken minstens 20% minder werk.

Wanneer u aan deze voorwaarden voldoet verleent het ministerie u een vergunning. Deze vergunning geldt maximaal 6 weken. Wanneer de situatie verbetert gedurende deze 6 weken dan gaan de medewerkers weer volledig aan het werk.

Bron: BOVAG

Auteur: Frank van de Ven

Frank van de Ven is journalist voor vakblad CarwashPro. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor vakblad TankPro over tankstations.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.